Betrokken

Betrokken

donderdag 25 augustus 2016

Op weg naar een nieuw college in Gouda


Deze week heeft de verkenner Hans Andersson zijn advies uitgebracht over de vorming van een nieuw college in Gouda. Dit advies is gebaseerd op twee gespreksrondes met alle fracties in Gouda. Zijn advies luidt om de vorming van de volgende coalitie ter hand te nemen: D66 - PvdA - Gouda Positief - ChristenUnie en CDA.

Ronald van Schelven (foto: ANP)
De komende weken zal er onder leiding van formateur Ronald van Schelven (burgemeester van Culemborg, voormalig wethouder en raadslid in Gouda) hard gewerkt worden aan de vorming van een college. Doelstelling is nog steeds om in september een nieuwe college te kunnen beëdigen.

Hieronder het verslag van de verkenner:


Op woensdag 17 augustus jl. hebben de griffier en ik met 11 fracties uit de gemeenteraad nadere gesprekken gevoerd in de tweede ronde van mijn onderzoek.
De dag ervoor hebben we, vanwege een al eerder geplande vakantie, met de VVD een gesprek gehad. De fractievoorzitters hebben tevoren met de deelname van de griffier ingestemd.

De gesprekken zijn door alle fracties voorbereid aan de hand van de vier gestelde vragen:
- over de meest wenselijke samenstelling van het nieuwe college, 

- over de inhoudelijke programmapunten, 
- over de condities voor welslagen van een college en 
- over het moment waarop een politieke formateur aan de slag kan.


In de gesprekken wordt door de meeste fracties eerst gereageerd op mijn analyse naar aanleiding van de gesprekken in de eerste ronde.
Naast instemming en bijval is er ook kritiek. Bij Gouda Positief is er teleurstelling, men mist de nuance en daardoor is de analyse eenzijdig vindt die fractie.
De fractie van GroenLinks herkent zich ook het minst in het deel van de analyse gewijd aan Gouda Positief.
D66 vraagt waarom ik niet ben ingegaan op het innovatieve karakter van de in 2014 gevormde coalitie. 

De samenstelling van deze coalitie was, in de politieke geschiedenis van Gouda, volstrekt nieuw. En waarom heb ik niet ook laten zien welke goede resultaten de samenwerking tussen D66-PvdA-GoPo-VVD-GL opleverde. 
Waarom, vragen de fracties van Gouda Positief en GroenLinks, is de rol van de VVD in het ontstaan van de crisis niet scherper benoemd.


Ik zeg er thans slechts het volgende over:
"Elke fractie heeft zijn eigen bestuurlijke waarheid en bepaalt die op basis van zijn ideologie en beoordeling van de situatie.
De crisis was voor de meeste betrokkenen totaal onverwacht. De in Gouda uit de hand gelopen politieke gebeurtenissen leidden tot een democratisch onbestaanbare bestuurlijke situatie.
Een onderzoek daarnaar roept dieper gelegen emoties en sentimenten uit het verleden op. Daar zul je vanuit een gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid een nieuw antwoord op moeten vinden.
Dat antwoord moet bestuurlijk rationeel kloppen en rekening durven houden met de naar boven gekomen gevoelens en emoties."


Contouren voor een nieuw college: verschillende percepties

Eén oplossing voor de samenstelling van een nieuw college van B&W waar alle fracties het over eens zijn – zo bleek mij in de 12 vraaggesprekken – is er niet. Dat hoeft ook niet in een politieke arena. 
D66-PvdA-GoPo-GL willen eigenlijk het liefst door en zien het belang om het CDA en/of de ChristenUnie uit te nodigen voor deelname in het college.
De ontstane bestuurscrisis heeft echter zijn prijs en dat betekent mijns inziens dat er voor de vorming van een nieuwe stabiele coalitie aan vier soorten eisen zal moeten worden voldaan:

  1. Er zullen nieuwe verbindingen tot stand moeten worden gebracht tussen de tot heden bestaande coalitie- en oppositiepartijen
  2. Er zal een getalsmatig ruime meerderheid in de raad moeten kunnen worden gevormd, gebaseerd op stabiele coalitiepartners
  3. Zoveel mogelijk politieke stromingen, waaronder ook de lokale partijen, zullen in het college vertegenwoordigd moeten zijn
  4. Er zullen programmatisch inhoudelijk en qua bestuursstijl in een nieuwe coalitie nieuwe bestuursafspraken moeten worden gemaakt.
“Streef in een open proces naar een college met ook nieuwe partijen en enkele nieuwe mensen op de wethoudersposities”, zo concludeerde ik in mijn eerste bevindingen.
Gezien de uitkomst van de gesprekken in de tweede ronde is dit mogelijk.
CDA en ChristenUnie zijn, onder nieuwe programmatisch inhoudelijke en politiek procesmatige voorwaarden, bereid te gaan deelnemen in een nieuw college.

Deze partijen zien D66 en PvdA als basis voor continuïteit. Zij zijn ook bereid tot nadere gesprekken met GoPo. Om te bekijken of er met elkaar een voldoende vertrouwensbasis voor samenwerking in een nieuwe coalitie is te vinden.


De meeste kleinere partijen uit de voormalige oppositie SGP - 50+ - GBG – SP – PvdD steunen deelname van de twee christelijke partijen CU en CDA.
Deelname van GroenLinks aan zo’n college met een mix van bestaande en nieuwe partijen levert héél verschillende percepties op.

GroenLinks

D66-PvdA-GoPo zien graag een college met GL erin, hoewel eenieder beseft dat een nieuw coalitie met 6 partijen niet moet leiden tot ook 6 wethouders. Na de bestuurscrisis is naar de bevolking van Gouda niet uit te leggen dat de kosten van het dagelijks bestuur van de gemeente weer met 100.000 euro zouden moeten toenemen.

CDA-CU-SP-VVD-SGP-G50+-GBG zien geen noodzaak tot deelname van GL, omdat het getalsmatig maar om 2 zetels gaat en ideologisch de PvdA op links een voldoende sterke bestuurlijke rol vervult. Enkele van deze partijen geven als argumentatie dat ze de bestuurlijke bijdrage van GL in het afgelopen college niet sterk vonden.

VVD

Objectief is een feit dat, als de VVD in een nieuw college niet terugkeert op de rechterflank, deelname van GL op links minder noodzakelijk is om in het college zelf een bestuurlijk evenwicht te creëren. Gezien de aanleiding voor de crisis en de eigen keuze van de VVD om deelname aan de vorige coalitie op te zeggen, ligt het niet voor de hand dat de VVD nu weer mee zou gaan doen.
Veel partijen geven echter aan dat, mocht dit nodig zijn, zij er geen doorslaggevend bezwaar tegen hebben als er met de VVD opnieuw over deelname in het college zou worden gesproken.

Als er programmatisch inhoudelijk goede nieuwe bestuursafspraken kunnen worden gemaakt én als er in een open proces van coalitievorming een nieuwe samenstelling van een college tot stand komt, moet het mogelijk zijn dat meerdere partijen uit de raad het college gedoogsteun verlenen. Inhoudelijk moet een dergelijk college die programmapunten dan duidelijk agenderen en waarmaken.
En op markante momenten vraagt het ook de juiste wisselwerking tussen college en raad, de gedoogfracties moeten dan een wezenlijke invloed hebben op het dagelijks bestuur.

Alternatieven

In de hier geschetste contouren van een nieuw college lijkt het alsof er maar één en de beste samenstelling naar voren komt. Hoezeer dat in beginsel ook zo is, er zijn alternatieven.

  • Een alternatief is er in de vorm van alleen het CDA nieuw erbij, niet de CU en bijvoorbeeld toch GL in het college. Die oplossing heeft het bezwaar van voortzetting van de oude coalitie, waarbij de VVD voor één nieuwe partij wordt ingewisseld. Dat heeft het nadeel dat er niet echt geleerd wordt van de crisis, niet echte veranderingen worden doorgevoerd en dat er niet echt met meerdere partijen nieuwe bestuursafspraken worden gemaakt.
  • Een ander alternatief is dat er in plaats van GoPo als lokale partij wordt gedacht aan de combinatie van GBG met gedoogsteun van 50+. Deze combinatie levert 1 zetel minder dan GoPo, maar het belangrijkste bezwaar is dat nog maar moet blijken of dit een echte stabiele aanwinst voor het college is.
  • Tenslotte zijn er natuurlijk andere alternatieven denkbaar zoals een college zonder een lokale partij, zoals bijvoorbeeld: D66-PvdA-CU-CDA-VVD. Daarmee torn je echter aan één van de wezenlijke uitgangspunten dat zoveel mogelijk politieke stromingen, waaronder de lokale politieke, in het college vertegenwoordigd moeten zijn.

Kortom, mijn conclusie uit deze tweede ronde luidt: start met politieke onderhandelingen onder leiding van D66 met verder aan tafel om te beginnen PvdA- GoPo - CDA - CU.
Steek daarbij alle energie in de voorwaarden om dit college werkelijk van de grond te brengen: qua condities en programmatisch inhoudelijk.

Condities: bestuurlijke ratio en emotie

Bestuurlijk rationeel lijken er zich voor de nieuwe collegevorming – op grond van onze gesprekken met de 12 fracties – duidelijke contouren af te tekenen.
De hiervoor geschetste mogelijkheden zijn binnen handbereik. Bepalend voor het welslagen van een stabiel college zijn de condities voor de samenwerking en de mix van de huidige en nieuwe personen in de politieke hoofdrollen.


Hierna put ik voor dit onderdeel van het advies ruimhartig uit de inbreng van de CDA fractie in de Tweede ronde.


Allereerst geldt dat voor de vorming van een breed samengesteld college met ‘bestaande’ en nieuwe coalitiepartners het van cruciaal belang is dat er een veranderopgave ligt die gezamenlijk tot een nieuwe ambitie leidt. Wat worden de nieuwe afspraken over het programma en de bestuurscultuur van het nieuwe college van B&W?
De basiscondities voor een succesvol samenwerkingsverband in een nieuw te vormen college zijn in het kort opgesomd:

Vertrouwen
Als basisvoorwaarde: vereist dat bestaande en nieuwe partners elkaar het nodige gunnen én dat GoPo + CDA/CU in een soort van mediation workshop elkaar op alle twijfels diepgaand ontmoeten. 

Verbinding
Tussen bestaande en nieuwe partijen in het college, naar alle fracties in de raad en naar de stad via alle portefeuilles van het nieuwe college.

Continuïteit en vernieuwing
Moeten in het nieuwe college in balans zijn: Gouda daagt uit, Kadernota, en nader te bespreken programmapunten en bestuursstijl zijn daarvoor de ankers.


Herkenbaarheid
Van de politiek naar de Goudse bevolking, gunt elk van de partijen elkaar zijn ideologie en programmapunten om zich te profileren.


Bestuurskracht
Is het team van wethouders in staat in een open bestuursstijl naar de Goudse bevolking collectief daadkracht te tonen en in het algemeen belang – ook onpopulaire – beslissingen te nemen. 

Collegevorming
Zijn betrokken partijen bereid een open discussie te voeren over de programmapunten, bestuursstijl, portefeuilleverdeling en gezamenlijk afspraken te maken over de uitvoering van het collegebeleid. 


Snelheid
Zien allen de noodzaak om op korte termijn tot een nieuw college te komen en vlot afspraken te maken cq. tot compromissen te komen in het belang van het te bereiken resultaat en daarmee de stad.


Gemeenteraad
Zijn betrokken partijen bereid in de coalitievorming, de overige partijen te informeren en actief mee te nemen in het politieke proces van collegevorming.

Emoties en vertrouwen in het politieke proces komen direct voort uit de handelwijze van de betrokken politici.

- De opdracht voor de tot voor kort zittende wethouders luidt daarbij om naast bestuurlijk rationeel gedrag, zich vooral op te stellen met een luisterend oor, open te staan voor kritiek, bereid te zijn tot intervisie en volgend gedrag naar de nieuwe partijen in een coalitie.

- Breng als nieuwe – potentieel toetredende partijen – de wijsheid op om deskundige + ervaren wethouders van buiten de directe Goudse politieke arena voor te stellen.

- Kies bij de collegevorming voor een onafhankelijk formateur in een zo open mogelijk proces met enkele nieuwe partijen en nieuwe mensen op de wethoudersposities.

Programmatisch inhoudelijk

Bestuurlijke continuïteit kan programmatisch worden bereikt door enerzijds uit te gaan van de beleidsafspraken van D66-PvdA-GoPo in Gouda Daagt Uit.

De bestuurlijk financiële afspraken kunnen worden gemaakt aan de hand van de concept kadernota 2017-2020.

Anderzijds moet door alle partijen aan de onderhandelingstafel goed geluisterd worden naar de wensen van de nieuw toetredende partijen CDA en CU.
         
Het CDA heeft als belangrijkste programmapunten:
  • -  Vernieuwing bestuursstijl (introductie van het werkprogramma ‘kracht van de samenleving’)
  • -  Lastenverlichting voor de Gouwenaar (o.a. gezinnen met kinderen met middeninkomens)
  • -  Impuls voor de zorg (‘eigen bijdrage’)
  • -  Investeren op sport en scouting (verenigingsleven)
  • -  Versterken burgerschap en integratie
  • -  Versterken veiligheid (‘Rotterdamwet’ en camera in beeld’)
  • -  Géén uitbreiding van koopzondagen
    -  Géén gereguleerde wietteelt in Gouda. 

De ChristenUnie brengt als specifieke punten in:
  • -  Burgerparticipatie en burgerinspraak vast onderdeel van beleidsvoornemens maken
  • -  Géén uitbreiding koopzondagen en géén steun voor raadsinitiatieven hierover
  • -  Géén experimenten met wietteelt door de gemeente.
  • -  Integrale voortzetting van Actieprogramma Economie met Gouda Onderneemt
    -  Bij Sociaal Domein is transformatie leidend: gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goede zorg i.p.v. marktwerking en controle
In de onderhandelingen kunnen deze punten ook tot nieuwe accenten voor D66-PvdA-GoPo leiden. Tevens hebben deze partijen eigen wensen naar aanleiding van de huidige omstandigheden in Gouda. Voorbeelden hiervan zijn D66 die géén nieuwe bezuinigingen op Cultuur wil òf in de economische agenda géén verlies van werkgelegenheid wil toelaten. 

De ervaringen met de decentralisatie van het Sociaal Domein leiden er toe dat het CDA de focus graag verlegd wil zien van het te zeer financiële accent naar méér sociale en individuele aandacht voor de burgers.

Als ernaar wordt gestreefd GL als gedoogpartij bij de collegevorming te betrekken, zal dit ook tot specifieke programma inhoudelijke programmapunten moeten leiden. Hetzelfde kan het geval zijn op de meer rechterflank ten aanzien van de SGP.


Voorkomen moet worden dat zich op principiële punten van het nieuw te vormen collegebeleid in de raad door raadsinitiatieven, amendementen en dergelijke opnieuw politieke problemen voordoen. Daarvoor is het nuttig om duidelijke afspraken te maken over fractiediscipline en de belangrijkste zogenaamde vrije kwesties in de raad. 

Volgende stappen in formatieproces

Zoals blijkt uit de gesprekken met de fracties in de Tweede ronde, zijn allen ervan doordrongen dat de formatie van een nieuw college van B&W thans met spoed ter hand dient te worden genomen. Daarbij is het logisch dat het voortouw weer komt te liggen bij D66 als de partij die de grootste verkiezingswinst heeft behaald én de grootste partij is geworden bij de laatste gehouden raadsverkiezingen in 2014.

De meeste fracties dringen er, gezien de eerder opgedane ervaring én de ontstane politieke bestuurscrisis op aan, de onderhandelingen te laten plaatsvinden onder leiding van een onafhankelijke formateur óf een externe procesbegeleider. Als hier voor de betrokken partijen de juiste deskundige en gezaghebbende persoon wordt aangetrokken, staat deze borg voor de kwaliteit, het tempo en het goede resultaat van de onderhandelingen.

Wat betreft het tempo waarin de komende stappen naar een nieuw college zijn te zetten is de PvdA heel optimistisch en gaat uit van 1 à 2 weken onderhandelingsgesprekken, zodat een politiek formateur, die daadwerkelijk het college gaat samenstellen, in de week van 5 september van start kan gaan. Het zou in dat geval inderdaad mogelijk zijn omstreeks 15 september in Gouda een nieuw college van B&W te hebben. Dit is een streefdatum die eerder door vele fracties is genoemd.
De nuchterheid gebiedt echter te zeggen dat gezien alle voorwaarden en condities die er voor een nieuw college noodzakelijk zijn, dit tijdpad niet haalbaar is, ook al houd je een hoog tempo aan.

Bij de inbreng in de Tweede ronde had de SGP een mooi procesvoorstel voor de komende stappen. Hierna volg ik dit voorstel en maak er een geactualiseerd draaiboek van.


Week 35

-  Start onderhandelingen door D66-PvdA-GoPo-CDA-CU onder leiding van onafhankelijk formateur, aangezocht door D66 in nauwe afstemming met alle potentiële deelnemende fracties.
- Er vinden eerste verkennende gesprekken plaats aan de hand van de eerdere akkoorden, concept kadernota en de nieuwe programmatische inbreng van elk der partijen.
- Er worden afspraken gemaakt en uitgevoerd over verdiepende gesprekken tussen GoPo en CDA/CU onder leiding van een ‘mediationachtige’ deskundige.
- Partijen geven nog in dezelfde week aan welke max. 3 punten uit die bestaande akkoorden kunnen en welke max 3 punten die zij er graag in willen hebben
- Heikele kwesties worden in petit comité voorbereid en vlot uit onderhandeld, betreffende partijen doen daarbij gelijktijdig een tekstvoorstel.

Week 36

Doorloop van de afspraken in week 35.
- Starten met vergelijkbare werkwijze concept Kadernota.
- Idem ten aanzien paragraaf over open bestuursstijl en burgerparticipatie.
- Streven naar voorlopige schriftelijke vastlegging van programma, financiën, bestuursstijl en burgerparticipatie in concept akkoord.

Week 37

-  Bespreken concept akkoord met individuele partijen en met eventuele gedoogpartijen.
-  Voorstellen/ondervragen kandidaat wethouders.
-  Benoeming en beëdiging wethouders.
-  Bespreking coalitieakkoord met ruimte voor amendering en aanpassingen

Week 38

-  Doorloop van de afspraken in week 37.
-  Vaststellen coalitieakkoord en Kadernota.


Dit draaiboek gaat er vanuit dat er omstreeks 22 september een nieuw college kan aantreden. Nog steeds is dit mijns inziens een optimistisch scenario.
Goed om naar te streven, niet goed om na te jagen als er daardoor onnodige risico’s en nieuwe problemen in het politieke proces van collegevorming ontstaan.


Gouda verdient het om na de bestuurlijke crisis een vertrouwenwekkend en politiek stabiel nieuw college van B&W te krijgen. 

woensdag 17 augustus 2016

Doorbreek het wantrouwen!


"Normaal gesproken is het de bedoeling dat een college van B&W voor een hele bestuursperiode wordt samengesteld. Het gebeurt wel steeds vaker dat individuele wethouders aftreden. Maar dat alle wethouders worden ontslagen waardoor de burgemeester in zijn eentje de lopende zaken moet gaan behartigen, is een unicum."

Op 15 augustus heeft de verkenner Hans Andersson zijn eerste bevindingen met de raad gedeeld en daarbij een duiding gegeven aan het ontstaan van de huidige situatie, (opvallende) zaken die hij daarbij constateert en ook heeft hij aangegeven hoe hij het vervolgtraject voor ogen heeft.
Doelstelling is voor de verkenner om op korte termijn - nadat hij op 17 augustus nogmaals met de fractievoorzitters heeft gesproken - met een concreet advies te komen met betrekking tot de college samenstelling.



Hieronder volgt de integrale tekst van de verkenner met hier en daar een toevoeging van mijn kant:

"Op 6 juli jongstleden word ik gebeld door Jaap Smit, de Commissaris van de Koning.
Of hij mijn naam mag noemen – als één van de kandidaten – om als verkenner aan de slag te gaan in de bestuurlijke crisis die in de gemeente Gouda is ontstaan.
Om te begrijpen wat er aan de hand is stel ik een aantal nadere vragen.
Hij verwijst daarvoor naar burgemeester Milo Schoenmaker, die thans als enige bestuurder het dagelijks bestuur in Gouda vormt.
Wat een merkwaardige situatie: alle wethouders ontslagen én een burgemeester die in zijn eentje het bestuur van de stad uitmaakt.
Hoe ondemocratisch kun je het organiseren, nooit eerder meegemaakt.
Ik denk snel na. Akkoord, ik ben bereid er in te duiken, mits behalve de burgemeester alle fractievoorzitters in de gemeenteraad instemmen met mijn inschakeling.
En mits ik de onvoorwaardelijke steun krijg om alle – ook vertrouwelijke – informatie in te zien om een grondig onderzoek uit te voeren.


Plan van aanpak

Vrijdagochtend 8 juli jl. zit ik bij burgemeester Milo Schoenmaker en raadsgriffier Eleonore Karman.
Ik krijg de eerste informatie over het verloop van de politieke gebeurtenissen en de ontstane situatie in Gouda. 

Ook zij zijn enigszins verlegen met het fait accompli dat de burgemeester in zijn eentje aan het roer van het bestuur van de stad staat.
Snel handelen is hun devies, grondig verkennen en een gedegen voorstel doen voor een uitweg uit de bestuurlijke crisis.
Ik herhaal de voorwaarden voor mijn inschakeling: onvoorwaardelijke instemming van alle fractievoorzitters en gegarandeerde toegang tot alle informatie.

Zaterdagavond 9 juli ontvang ik van de raadsgriffier bericht dat alle fractievoorzitters hebben ingestemd met mijn komst.
Tevens krijg ik het verzoek om een plan van aanpak voor het verkennend onderzoek op te stellen. Nog in hetzelfde weekend maak ik dit gereed.


Gesprekken

Maandagochtend 11 juli jl. start ik met de gesprekken met de fractievoorzitters, al dan niet in combinatie met een oud wethouder of een lid uit de gemeenteraadsfractie.
Dankzij de goede organisatie van de griffier en de volle medewerking van alle betrokkenen kan ik op vrijdag 15 juli jl. aan het einde van de middag mijn eerste inventarisatieronde voltooien.
In het voortgangsgesprek met de burgemeester en de griffier op 18 juli jl. maken wij nadere afspraken over de volgende stappen.

Vandaag (15 augustus, tk) informeer ik u als fractievoorzitters als eerste en straks zal ik de voltallige gemeenteraad over mijn eerste bevindingen informeren.
Mijn voornemen is om ná vandaag op woensdag 17 augustus a.s. met alle fracties een tweede ronde in te gaan.

Doel daarvan is om nader te verkennen wat een solide basis voor een nieuw college van B&W zou kunnen worden.

De gebeurtenissen

Gemeentepolitiek wordt gekenmerkt door de ratio van de bestuurlijke vraagstukken en de emotie
van de persoonlijke verhoudingen die verschillen van inzicht op het politieke vlak nu eenmaal met zich mee brengen. 

Ook hier in de gemeentepolitiek van Gouda heb ik beide aspecten volop aangetroffen.

Het tot voor kort zittend college van B&W met een coalitie van D66-PvdA-Gouda Positief-VVD en Groen Links leek op weg om de hele bestuursperiode vol te maken.
In de nacht van woensdag 29 op donderdag 30 juni maakt de VVD fractie bekend uit de coalitie te stappen. U kent de gang van zaken van dichtbij, u was allen onderdeel van het politieke proces dat daarna ontstond.


VVD

Aanleiding voor de stap van de VVD is de motie ‘instandhouding opvoedrelaties’’. Deze wordt op 22 juni ingediend door de Christen Unie. Twee coalitiepartijen - PvdA en Gouda Positief - ondersteunen, samen met de oppositie, deze motie. VVD wethouder Laura Werger heeft vooraf aangegeven dat voor haar de motie onuitvoerbaar is.
De motie is slechts een aanleiding, maar wel de druppel waardoor bestuurlijk voor de VVD fractie de maat vol is. De VVD heeft de maanden ervoor het gevoel gekregen dat in de raad steeds weer op de bestuurlijke afspraken, gemaakt in het college, wordt teruggekomen. Dit gebeurt doordat de coalitiepartijen moties van de oppositie steunen. Naar de mening van de VVD komt daardoor het liberale gezicht in dit college naar de bewoners van Gouda steeds meer in de verdrukking.
Achter de schermen blijken de tegenstellingen zéér heftig. Een poging van de burgemeester om de ontstane situatie bespreekbaar te maken en een bestuurlijke crisis te voorkomen, mislukt.

Scenario's

Voor het scherm in het raadsdebat op 4 juli vinden de coalitiepartijen dat Laura Werger moet vertrekken.

D66-PvdA-Gouda Positief en Groen Links willen door met deze partijen als basis voor het nieuwe college. Zij doen een voorstel om door middel van een verkenner te onderzoeken of er een mogelijkheid is om in plaats van de VVD een nieuwe partij te vinden om een meerderheid in de gemeenteraad te verkrijgen.
Als alternatief stellen zij voor eventueel verder te gaan met een minderheidscoalitie. Die zou dan met gedoogsteun en wisselende meerderheden de stad moeten gaan besturen.
De oppositie is hiertegen en kiest voor het scenario van nieuwe coalitie onderhandelingen.


Motie van wantrouwen

Het gebrek aan vertrouwen tussen college en raad leidt ertoe dat een motie van wantrouwen met 1 stem verschil wordt aangenomen. Alle wethouders worden ontslagen en burgemeester Milo Schoenmaker gaat de lopende zaken waarnemen totdat er een nieuw dagelijks bestuur is gevormd.

Het is dan tegen twaalf uur ’s nachts op de vierde juli 2016. Er wordt door diverse betrokken hoofrolspelers na afloop emotioneel gereageerd op de gebeurtenissen.
Gedane zaken nemen geen keer. De emotie in de onderlinge politieke verhoudingen lijkt het van de bestuurlijke ratio te hebben gewonnen. Hoe is dit mogelijk?


Normaal gesproken is het de bedoeling dat een college van B&W voor een hele bestuursperiode wordt samengesteld. Het gebeurt wel steeds vaker dat individuele wethouders aftreden. Maar dat alle wethouders worden ontslagen waardoor de burgemeester in zijn eentje de lopende zaken moet gaan behartigen, is een unicum. Dit verdient bepaalt niet de bestuurlijke schoonheidsprijs. Misschien dat de wetgever zich hier ook nog eens over moet buigen.

Eerste bevindingen

Is er vanuit een bestuurlijke ratio een logische verklaring te vinden voor de hier in Gouda ontstane crisis?
De gemeenteraad van Gouda telt 35 zetels.
Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2014 zijn deze 35 zetels verdeeld over maar liefst twaalf partijen of fracties zo u wilt. 28 zetels worden bezet door raadsleden gekozen vanuit landelijke – ook in Gouda actieve – politieke partijen en 7 zetels worden vervuld door lokale partijen.

Opvallend aan de - tot voor kort bestaande - coalitie die het college van B&W vormt, is:

-  dat géén van de christelijke partijen – in Gouda een héél duidelijk onder de bevolking aanwezige politieke stroming – in dit college van B&W vertegenwoordigd is

- dat de VVD in dit college de portefeuille Zorg en Welzijn, Jeugd en Sport heeft. Veelal is zo’n portefeuille in handen van een linkse- of middenpartij, in elk geval is het voor de VVD lastig om er een duidelijk liberaal profiel mee in het bestuur te realiseren.

Op zichzelf kan een dagelijks bestuur gebaseerd op een coalitie van PvdA-D66-Gouda Positief-VVD en GroenLinks in Gouda een effectief bestuur van de stad vormen. Als er in de stad echter diverse heikele politieke kwesties spelen, zoals bijvoorbeeld hier in Gouda ten aanzien van de Moskee of Koudasfalt kan dit bij een – niet stabiele - coalitiemeerderheid in de gemeenteraad direct de positie van het politieke bestuur raken.

Logisch is derhalve dat er voor een echt stabiel politiek bestuur de volgende eisen gelden:

-  een coalitie met een flinke – ook politiek inhoudelijk gedragen - meerderheid in de gemeenteraad
-  een – breed - samengestelde coalitie waarin alle belangrijke politieke stromingen onder de bevolking in de stad vertegenwoordigd zijn.

Coalitievorming

Deze bestuurlijke ratio biedt echter niet de volledige verklaring voor het ontstaan van de crisis in Gouda.
Daarvoor moet men, zo is mij in veel van de vraaggesprekken gebleken, een spade dieper graven. En terug naar de wijze waarop het college van B&W – na de verkiezingen in 2014 – tot stand is gekomen. Direct na de verkiezingsuitslag van toen, zochten D66-PvdA-VVD en GroenLinks elkaar op om een coalitie te sluiten ten behoeve van de vorming van een nieuw college. De Christelijke partijen en de lokale partijen waren niet welkom. Ten dele bewerkstelligden zij dit zelf. 
De Christelijke partijen door als gezamenlijk blok te veeleisend in het nieuwe stadsbestuur te willen meedoen. 
Ten aanzien van de lokale partijen Gouda Positief/Gemeentebelangen Gouda zat het hem vooral op een aantal politieke affaires in de raadsperiode 2010-2014. Door de overige politieke partijen is de stijl en werkwijze van Gouda Positief toen scherp en als onheus populistisch gedrag van de hand gewezen.

U kent de gang van zaken. Vanwege deze uitsluiting wordt er een coalitievorming met alle overige partijen gestart onder leiding van Theo Krins en Jan de Koning met externe begeleiding door burgemeester Arie van Erk. Ondanks de grote inhoudelijke politieke verschillen lijken deze partijen zich te kunnen gaan vinden in de vorming van een nieuw college van B&W.
Gouda Positief werd de spelbreker. Terwijl de coalitieonderhandelingen nog volop gaande waren, loopt deze partij over en begint aan coalitieoverleg met D66-PvdA-VVD en GroenLinks.
Zo’n stap om tijdens lopende onderhandelingen – aanvankelijk in het geheim – aan een andere onderhandelingstafel te gaan zitten is tegen de politieke mores.
De reacties zijn er dan ook naar: onbetrouwbaar, niet integer, achterkamertjespolitiek, een sneaky coup, een politieke doodzonde.
In een aantal gesprekken met mij komt een diep wantrouwen naar Gouda Positief naar voren.

Wantrouwen

Bij enkele politiek belangrijke spelers in de oppositie ligt dit wantrouwen breder. En geldt het de hele coalitie, vanwege de wijze waarop – na een hele lange formatieperiode - in 2014 het college van B&W tot stand is gekomen. Men vertrouwt de coalitie in het politieke proces niet.
Men gelooft ook niet in de oprechtheid van de woorden over ‘open bestuursstijl’. Sterker de coalitie wordt verkeerde machtspolitiek – ook naar de stad – verweten.
Iedere poging om deze coalitie voor te zetten door voor de VVD een andere politieke partner te zoeken wordt daarom door de oppositie partijen categorisch afgewezen.

Conclusie 

Op grond van het voorgaande, kom ik in mijn eerste bevindingen tot de volgende conclusie. Bestuurlijk rationeel is het mogelijk een college van B&W te vormen door in plaats van de VVD één nieuwe partij uit de raad bij de bestaande coalitiepartijen te laten aanschuiven. Politiek procesmatig is dit erg onverstandig. Naar verwachting is het onmogelijk om daarmee voor de rest van de raadsperiode een echt stabiel college te vormen.
Mijn dringende advies aan alle fractievoorzitters en fracties in de gemeenteraad is derhalve: doorbreek het wantrouwen tussen de coalitie – en oppositiepartijen, voorkom een patstelling tijdens de vorming van een nieuw college van B&W en streef in een open proces naar een college met nieuwe partijen en enkele nieuwe mensen op de wethouderposities.

Tweede ronde

Jo Cox, de Britse politica die op 16 juni jongstleden werd vermoord, sprak in haar maiden speech in het Engelse Lagerhuis de volgende woorden:
‘While we celebrate our diversity, what surprises me time and time again as I travel around the constituency is that we are far more united and have far more in common with each other than things that divide us’. 

Kort samengevat:
We hebben meer gemeenschappelijk dan wat ons verdeeld. Geldt dit ook voor Gouda?

In de vraaggesprekken bleek mij de bezorgdheid om de stad. Worden de bestuurlijke kwesties goed opgelost? Worden de burgers, die een behoefte aan participatie hebben, in voldoende mate bij de politieke keuzes betrokken? Deze vragen liggen voor coalitie- en oppositiepartijen niet anders.
Er is wantrouwen dat institutioneel verklaarbaar is vanuit de tegenstelling tussen coalitie- en oppositie. Tegelijkertijd is er wellicht sprake van een nieuwe onderstroom.


Lukt het de politiek in deze tijd om openheid van bestuur en participatie van burgers te combineren met een afweging die doorziet wanneer niet het algemeen belang maar een volstrekt eigen belang - het nimby effect - prevaleert.
Kortom, oppositie en coalitie in Gouda staan voor hetzelfde: hoe besturen we in deze tijd de stad het beste.


Woensdag aanstaande (17 augustus) wil ik graag door met de tweede ronde.
Korte gesprekken van 30 – 45 minuten met alle fractievoorzitters en zo u wilt secondanten over hoe verder. 


Centraal staat daarbij de vraag: hoe vormen we een stabiel college van B&W tot aan de verkiezingen van 2018?
Ik zal de griffier vragen deze gesprekken zo praktisch mogelijk in te plannen dat ze met uw en mijn agenda uitkomen.
Tevoren of tijdens het gesprek ontvang ik graag schriftelijk antwoord op de volgende vragen:

  • -  Wat is naar uw mening de beste samenstelling van een nieuw college van B&W?
  • -  Welke programmapunten zijn inhoudelijk voor uw fractie voorwaarden om eventueel deel uit te
    gaan maken van zo’n nieuwe coalitie?
  • -  Hoe vorm je een dergelijk college en welke condities moeten daarvoor worden vervuld?
  • -  En wanneer kan er naar verwachting een opdracht voor een politieke formateur worden
    geformuleerd?


    Na deze tweede ronde van gesprekken zal ik een advies opstellen voor de samenstelling van een nieuw te vormen college van B&W dat kan rekenen op het vertrouwen van een ruime meerderheid in de gemeenteraad.
    U streeft naar een nieuw college medio september aanstaande. Dat lijkt mij een goed uitgangspunt. Tegelijkertijd zijn er nogal wat contra indicaties, die erop wijzen dat dit tijdstip niet haalbaar is.

De voorgaande formatie van een coalitie in Gouda kostte veel tijd en werd bekend als de op één na langste formatie in het land.
In de vraaggesprekken komt regelmatig ter sprake hoezeer er in de onderlinge politieke samenwerking in de gemeenteraad sprake is van een fundamenteel wantrouwen tussen de oppositie- en coalitiepartijen.


Mediation

Sommige van de gesprekspartners pleiten daarom voor een nadere reflectie in de vorm van mediation, voordat verder wordt gegaan op het politieke pad van collegevorming.
Dat begrijp ik, we moeten echter kiezen óf we zijn nog maanden onderweg om het ontstane wantrouwen uit te diepen en indien mogelijk weg te nemen óf we aanvaarden dit als één van de gegevenheden van politieke processen.
Bij dit politieke proces hoort dat je nu eerst stappen zet om het bestuur van de stad weer democratisch te organiseren.
Daar waar gewenst kunnen dan later een aantal van de ontstane negatieve verhoudingen nader, al dan niet onder begeleiding, onder de loep worden genomen.

Waar komen we dan op uit? Dat zullen we nader moeten bezien.

Het is van belang voor u en de onderlinge politieke verhoudingen dat u het devies van Jo Cox ter harte neemt. Wat bindt ons en wat is in het gemeenschappelijke belang van Gouda?
Laten we met die open houding de gesprekken in de tweede ronde ingaan.
Daarna zien wij verder én of we erin slagen een gezaghebbend en gedragen nieuw college van B&W in Gouda tot stand te brengen. 

Uw steun en inzet is daarbij bepalend." 

woensdag 27 juli 2016

Nog geen duidelijkheid over AZC in Gouda


Het COA krijgt uit het hele land vragen over de stand van zaken van bestaande opvanglocaties in de gemeenten en de besluitvorming over nog te ontwikkelen locaties.

Het COA heeft momenteel te maken met een lagere instroom van vluchtelingen dan vorig jaar rond deze tijd. De instroom is echter nog altijd hoger dan voorgaande jaren. Door de verminderde instroom zijn er een aantal lege plaatsen en zijn er locaties die niet volstromen.

Vanwege de hoge instroom afgelopen jaar heeft het COA op basis van het Bestuursakkoord (tussen het rijk en de gemeenten) samen met gemeenten en provincies hard gewerkt aan het zo snel mogelijk realiseren van opvang voor vluchtelingen. Daar is ook de noodopvang uit voortgekomen.

Ruimte voor kwaliteit

Nu de instroom is gestabiliseerd, heeft het COA de gelegenheid om de kwaliteit van de opvang te verbeteren. Dat betekent dat ze het opvangaanbod zo veel mogelijk uit reguliere AZC-plekken gaan laten bestaan en het aantal noodopvangplekken gaan beperken. Dat betekent maatwerk per locatie, waarover ze nauw overleg voeren met de betrokken gemeenten.

Maatwerk

Voor de bestaande noodopvang zijn er drie scenario’s: ombouwen tot AZC, inzetten als buffercapaciteit voor noodopvang of sluiten.
Het COA vindt het wenselijk om een bepaalde buffer aan opvangplekken achter de hand te hebben die snel kan worden aangewend als de asielinstroom onverhoopt toch weer toeneemt. 
Ze willen voorkomen dat er weer een situatie kan ontstaan dat er van sporthallen gebruik gemaakt moet gaan worden. 
Dat betekent in de praktijk dat er ook behoefte blijft aan nieuwe opvangplekken, zeker ook omdat er voor diverse noodopvang locaties geldt dat het om een tijdelijke overeenkomst gaat.

Afwegingskader

Op dit moment wordt door de Landelijke Regietafel gewerkt aan een afwegingskader waarmee aan de regionale regietafels (in de provincie) transparant en weloverwogen beslissingen kunnen worden genomen. Deze regionale regietafels staan meestal onder leiding van de Commissaris van de Koning. Naast de provincie zijn ook de gemeenten (zoals Gouda) en het COA betrokken. Het COA levert inhoudelijke expertise, maar beslist dus niet. Dat gebeurt door de regietafel. Al heeft ze uiteraard haar voorkeuren en prioriteiten en zal dat inbrengen bij de overwegingen. Bij de afwegingen zal gekeken ook gekeken worden naar de financiën en het maatschappelijk draagvlak.

Gezamenlijk wordt op basis van alle input aan de regietafel bekeken welke locaties gebruikt kunnen worden voor het huisvesten van vergunninghouders en daarbij zal er dus ook worden gekeken naar de locatie in Gouda. Naar verwachting zal in september duidelijkheid komen of het AZC in Gouda definitief doorgaat.



Angst

Door alle aanslagen van de IS in de wereld wordt de angst voor terroristen in Nederland groter en menigeen vreest dat die mee zullen “liften” als er straks waarschijnlijk vluchtelingen naar Gouda komen.

Een deel van de Gouwenaars hoopt daarom nog steeds dat het plan niet doorgaat, anderen willen liever afschalen naar maximaal 300 bewoners (minimum aantal voor een AZC) en er is ook een deel die zich al volop aan het voorbereiden is en het als een mooie uitdaging ziet om iets voor deze mensen te mogen betekenen.

Belangrijk is om ons te realiseren dat we geen noodopvang locatie worden, maar statushouders gaan opvangen (als de plannen tenminste doorgaan). We mogen (moeten) erop vertrouwen dat er dan afdoende is gescreend en dat we niet bang hoeven te zijn dat er terroristen meekomen, al zullen we via de bestuursovereenkomst goed vinger aan de pols houden en moeten we waakzaam blijven!

Laten we vooral niet vergeten dat de mensen die naar Nederland zijn gevlucht zelf juist bang zijn voor dat geweld en verlangen naar veiligheid en een nieuwe toekomst. Laat dat voor ons een uitdaging zijn!

woensdag 20 juli 2016

Zoetermeer bedreigt Goudse binnenstad

Artist impressie van de Holland Outlet Mall (Foto: Provast)
We hebben in Nederland en dus ook in Gouda te maken met structurele veranderingen in het winkelgedrag en het is belangrijk om de positie van de binnenstad zoveel mogelijk te versterken.
In Gouda zijn we hier volop mee bezig door o.a. Gouda Onderneemt, SOG en de centrummanager.

Cees-Jan Pen schreef over deze ontwikkelingen in het Financieel Dagblad begin dit jaar interessante dingen:

Geen outletcentra

“Wel is duidelijk dat achterover leunen niet aan de orde mag zijn en dat harde en duidelijke keuzes voor binnensteden ten koste van de periferie noodzakelijk zijn.
Dit betekent dus dat er geen supermarkten, retail- en horecaondernemingen op bedrijventerreinen moeten komen, als zij net zo goed in of rond de binnenstad kunnen worden gevestigd. Dit gaat pijn doen voor de woon- en meubelboulevards die hun eigen problemen hebben. Dit betekent ook dat geen nieuwe 'outletcentra' aan de rand van de stad komen.”

In dat licht is het buitengewoon ongelukkig dat Zoetermeer voornemens is om een outletcentrum van maar liefst 30.000 m2 te gaan vestigen binnen haar stadsgrenzen (in het centrum). Er wordt ongeveer 7.000 m2 toegevoegd aan de huidige 23.000 m2 en er komen 2.000 parkeerplaatsen.  

Niet alle focus op winkels

Het is belangrijk dat in de stad het debat wordt gevoerd hoe we binnensteden kunnen versterken. Dat hoeft niet alleen door alle focus op de winkels te hebben.

Cees-Jan Pen schrijft hierover:”
“Binnensteden zijn lokaal en regionaal belangrijke werkgevers. Dan moet je daar de economische dynamiek faciliteren en geen achterhaalde winkelconcepten in stand houden.
Het uiterlijk van binnensteden zal de komende jaren verder veranderen. Het aantal winkels en hun dominantie zal afnemen, al blijft retail natuurlijk een voorname drager van de binnenstad. Deze verandering hoeft helemaal niet erg te zijn mits er vooral wordt ingezet op meer wonen voor jongeren en ouderen, horeca (zoals altijd met mate), kleinschalig (ambachtelijk) werken, cultuur, onderwijs en zorgfuncties in de binnenstad.”

Compacte binnenstad

Tegelijkertijd zullen centra compacter moeten worden. Er moet echt meer worden gewoond boven winkels en in de aanloopstraten. Zeker middelgrote gemeenten (met 30.000 tot 80.000 inwoners) moeten werken aan een binnenstad die met een kwart tot een derde kleiner is. We moeten leren centra (graag verplicht) opnieuw te verkavelen, kansloze gebouwen te slopen en parkeerplaatsen weg te halen.”

In Gouda hebben we te maken met een beperkte ruimte, waardoor het compacter maken van het centrum wat minder relevant is, al kan het ook bij ons aan de orde komen als de leegstand toeneemt.
Verder wordt er al het een en ander gesloopt en waar mogelijk vervangen door nieuwbouw of krijgen gebouwen juist een “tweede leven”.

Budget

Om op dit gebied de nodige stappen te kunnen maken is er voldoende budget nodig. In Gouda hebben we het Ondernemersfonds, maar dat is meer op activiteiten gericht. Er zal ook echt aan binnenstadfondsen moeten worden gewerkt en wat dat betreft is de Ontwikkelingsmaatschappij Binnenstad Gouda wellicht toch te vroeg opgeheven.

Het is een prima ontwikkeling dat we in Gouda een centrummanager hebben en dat de ondernemers de krachten hebben gebundeld. Wat dat betreft hebben we het fundament gelegd.

Wel zullen we de komende jaren moeten doorpakken, waarbij het belangrijk is dat we in de regio vanuit dezelfde visie aan de slag gaan en dan is het geen goede zaak dat Zoetermeer ervoor kiest om een Outletcentrum te gaan ontwikkelen. Wat mij betreft een verkeerde keuze vanuit een beperkte visie.





Cees-Jan Pen is Lector Brainport aan de Fontys Hogescholen