
Vandaag is er de nodige ophef ontstaan – Wilders heeft zelfs Kamervragen gesteld - over een bericht van de gemeente Gouda dat zij een overeenkomst heeft gesloten met het Nederlands instituut voor Vechtsport en Maatschappij om twee sportverenigingen in Gouda op te leiden om het probleemgedrag van risicojongeren aan te pakken.
Deze stap maakt onderdeel uit van het
Integraal Veiligheidsbeleid van de gemeente dat twee sporen kent: Grenzen stellen en perspectief bieden. “In het kader van Grenzen stellen voert de gemeente met de politie een pakket aan repressieve maatregelen om stevig op te treden tegen overlast. Gebiedsontzeggingen en cameratoezicht zijn daarvan bekende voorbeelden.
Naast de repressieve aanpak wil de gemeente ook voorkomen dat mensen in probleemsituaties terecht komen. Dat doet de gemeente door perspectief te bieden. Bekende voorbeelden van die preventieve aanpak zijn de verlengde schooldag, de gezinsmanagers of sport- en welzijnsactiviteiten voor jongeren.”
Het bieden van vechtsportlessen wordt een onderdeel van die preventieve aanpak. In
Gouda Oost wordt deze activiteit overigens al enige tijd aangeboden.
Door het sporten leren jongeren structuur, sociale vaardigheden en weerbaarheid.
Velen hebben op z’n minst vraagtekens bij deze aanpak, maar het is de vraag of dat terecht is. Al jarenlang is bekend dat vechtsporten agressie voorkomen en daar hoor ik in de reacties bitter weinig over.
Natuurlijk kan je je afvragen of een doelgroepenbeleid nog wel kan en of de communicatie over dit initiatief niet anders had gemoeten, maar laten we ons hoeden voor lichtzinnige reacties!
1. Uit onderzoek (Mulier Instituut:“Beloften van Vechtsport”, oktober 2010) blijkt volgens de gemeente Gouda, dat vechtsport – mits goed begeleid- bijdraagt aan het beteugelen van agressie en een positieve invloed heeft op de weerbaarheid en persoonlijke groei.
2. Inzet van deze sportactiviteiten zijn in diverse andere steden succesvol.
3. In het kader van het programma “Waarden en Normen in de Sport”, welke onder regie van
NOC*NSF medio 2001 is afgesloten, is door vechtsporter en onderzoeker prof. Dr. Marc Theeboom van de vrije Universiteit Brussel onderzoek gedaan naar de effecten van vechtsportbeoefening onder jongeren. In tegenstelling tot het algemene vooroordeel dat vechtsporters agressie in de hand zou werken, bleek uit het onderzoek juist het tegenovergestelde. Het onderzoek was unaniem in de uitkomst dat het beoefenen van vechtsport van sterke invloed is op de mentale weerbaarheid van jongeren, waardoor er in conflictsituaties juist minder fysieke confrontatie werd gezocht. Daarnaast blijkt, doordat vechtsporten bijdragen aan de mentale weerbaarheid van kinderen, een bedreigende situatie zich minder snel ontwikkeld tot een fysieke confrontatie.
Verder bleek ook uit het onderzoek dat de trainer in grote mate bepalend is voor de wijze waarop vechtsport door jongeren wordt beleefd.
4. In Nl.odemagazine.com schrijft Sophie Denis in 1996 (!!) een bijdrage onder de titel “Vechten zonder agressie”. Ze schreef in het online magazine Ode over de herkomst van de Oosterse vechtsporten (vooral uit Japan) en het onterechte negatieve stempel dat aan de sporten kleeft. Met dat stempel maakt ze korte metten: “Het beoefenen van vechtsport is niet een oefening in geweld, maar een oefening in zelfbeheersing. In luisteren naar de ander. Het is een training van lichaam en geest, waardoor je uitstekend leert omgaan met het geweld in jezelf en in je omgeving.” Denis ziet vechtsporten juist als een remedie tegen geweld.
Wat mij betreft moeten we dit initiatief een kans geven, maar hoge eisen stellen aan de kwaliteit van de trainer. Hij is namelijk verantwoordelijk voor het overbrengen van normen en waarden, die onlosmakelijk met de vaak traditionele vechtsporten zijn verbonden. Uit onderzoeken blijkt dat veel trainers op dat gebied prima functioneren. Veel trainers zien duidelijk meer pedagogische en opvoedende taak voor zich weggelegd, dan louter het
aanleren van technieken. Hieruit blijft de meerwaarde van de oosterse vechtsporten ten opzichte van andere meer prestatieve sporten.
Het vooroordeel over vechtsporten berust op een misverstand, zeker daar waar het de traditionele oosterse vechtsporten betreft en daar waar een club goede kwaliteit biedt.